Regioscreening
Finaliteit van de regioscreening
Regioscreening gaat over bestuurskracht van gemeenten. Regioscreening heeft als uitgangspunt de lokale besturen en gaat na:
- op welke manier lokale besturen aan bestuurskracht kunnen winnen door samen te werken
- op welke manier vermeden wordt dat de (veelheid aan) samenwerkingsverbanden leidt tot minder coördinatie, transparantie, democratische aansturing, efficiëntie en effectiviteit (dit heeft immers een negatieve impact op de bestuurskracht)
De regioscreening is dus een instrument in handen van gemeenten waarmee zij hun samenwerkingsverbanden in kaart kunnen brengen en waarmee bottom-up een proces kan worden opgestart om te komen tot een vereenvoudiging van de samenwerkingsverbanden.
Regioscreening gaat dus niet over:
- het oprichten van een nieuwe bestuurslaag of regiobesturen
- het op voorhand afbakenen van ‘regiogrenzen’ waarbinnen gemeenten vallen en moeten samenwerken
- het vervangen van de vijf provincies door 24 of 37 regio’s
Aanleiding: bestuurlijke verrommeling en gebrek aan bestuurskracht
Op het intermediaire niveau is er met de jaren een bestuurlijke verrommeling gegroeid. Er is een wirwar van structuren en overlegorganen ontstaan, opgericht door zowel de Vlaamse overheid, de provincies als de gemeenten. Dit is geen nieuwe vaststelling, zowel gemeenten, provincies als Vlaamse overheid hebben al gewezen op dit knelpunt.
Daarnaast stappen lokale besturen, om aan bestuurskracht te winnen, in allerhande formele en informele samenwerkingsverbanden. Het voordeel hiervan is dat de gemeenten hierdoor aan capaciteit en bestuurskracht kunnen winnen. In de praktijk leidt dit echter ook tot een situatie waarin een gemeente geen goed overzicht meer heeft op het grote aantal samenwerkingsverbanden waarin zij betrokken is.
Vereenvoudiging dringt zich voor beide problemen op. Het uitvoeren van een regioscreening en het gevolg dat eraan gegeven wordt, kan hier deels een antwoord bieden.