Europese dienstenrichtlijn
De Europese Dienstenrichtlijn (EDRL) heeft tot doel een echte interne dienstenmarkt tegen het jaar 2010 te verwezenlijken en heeft ook implicaties voor de gemeenten en de provincies.
Zij zullen hun regelgeving op mogelijke belemmeringen moeten screenen. Zij moeten op die manier vaststellen welke regels al in overeenstemming zijn met de bepalingen van de EDRL en welke nog zullen moeten worden aangepast.
Voor dit screeningsluik van de EDRL heeft de Vlaamse overheid het Vademecum ontwikkeld en stelt dit ook graag ter beschikking van de gemeenten en de provincies. In het Vademecum wordt het screeningsluik opgedeeld in 3 fasen:
- De eerste fase van de screening is de zogenaamde pré-screening. In deze fase wordt al de regelgeving die onder het toepassingsgebied van de EDRL valt in een lijst, de positieve lijst, vermeld. De gemeenten en de provincies moeten niet een negatieve lijst met de regelgeving die niet onder het toepassingsgebied van de EDRL valt opstellen. Ze mogen wel dergelijke negatieve lijst opstellen voor een eventuele interne controle, zonder dat dit een verplichting is.
- In de tweede fase wordt de regelgeving, zoals opgelijst in de positieve lijst, aan een grondige screening onderworpen. Dit is een reeks vragen die de regelgeving op deze positieve lijst toetst aan de inhoudelijke bepaling van de dienstenrichtlijn om te zien of er strijdigheden zijn.
- Wat na deze vragen nog overblijft, komt op een finale lijst met regelgeving die strijdig is met de dienstenrichtlijn, de derde fase. Deze regelgeving moet gewijzigd, vervangen of opgeheven worden.
De lokale besturen worden gevraagd om de resultaten van de screening van hun regelgeving aan het Agentschap voor Binnenlands Bestuur (Boudewijnlaan, 30, 1000 Brussel) te bezorgen, die ze aan het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie zal overmaken.