decoratie
Vlaanderen.be > binnenlands bestuur regelgeving en onderrichtingen
decoratiedecoratiezoek
decoratie
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
nieuws
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
werking besturen
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
financiën en fiscaliteit
decoratie decoratie decoratie
decoratie
personeel
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
interlokale samenwerking en openbare bedrijven
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
overheidsopdrachten, patrimonium en onteigeningen
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
stedenbeleid
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
adviesraden
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
vormingscentrum lokale besturen
decoratie decoratie decoratie
decoratie
verkiezingen
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
erediensten
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
begraafplaatsen
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
kerntakendebat
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
buitenlands beleid
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
regelgeving
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
publicaties
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
BinnenBand
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
statistieken
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
wie is wie?
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
links
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
adressen
decoratie decoratie decoratie
decoratie decoratie decoratie
 
decoratie
decoratie
decoratie
  verkiezingen - regelgeving decoratie
decoratie
decoratie
basiswetgeving
geautomatiseerd stemmen  
taalgebruik  
verkiezingsuitgaven  
vreemdelingen  
varia  
decoratie
decoratie decoratie decoratie
decoratie

Opgelet: deze regelgeving geldt enkel voor de verkiezingen van de gemeenteraad, provincieraad, districtsraad en OCMW-raad!

 

Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen
Ofiiciieuze coördinatie tot 17 februari 2005

De tekst vermeld in het rood werd gewijzigd nà 1 januari 2002 en is niet van toepassing op de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen.

 

HOOFDSTUK I - Algemene bepalingen

Artikel 1.
Voor de toepassing van deze wet moet worden verstaan onder :
1° politieke partij : de vereniging van natuurlijke personen, al dan niet met rechtspersoonlijkheid, die aan door de Grondwet en de wet bepaalde verkiezingen deelneemt, die overeenkomstig artikel 117 van het Kieswetboek kandidaten voordraagt voor de mandaten van volksvertegenwoordiger en senator in elke kieskring van een Gemeenschap of een Gewest en die, binnen de grenzen van de Grondwet, de wet, het decreet en de ordonnantie, de totstandkoming van de volkswil beoogt te beïnvloeden op de wijze bepaald in haar statuten of haar programma ;

Worden beschouwd als componenten van een politieke partij, de instellingen, verenigingen, groeperingen en regionale entiteiten van een politieke partij, ongeacht hun rechtsvorm, die rechtstreeks verbonden zijn met die politieke partij, met name :
- de studiediensten ;
- de wetenschappelijke instellingen ;
- de politieke vormingsinstellingen ;
- de politieke omroepverenigingen ;
- de instelling bedoeld in artikel 22 ;
- de entiteiten georganiseerd op het niveau van de arrondissementen en/of van de kieskringen voor de verkiezingen van de federale Kamers en de Gemeenschaps- en Gewestraden ;
- [de politieke fracties van de federale Kamers, de Gemeenschaps- en Gewestraden en de provincieraden en de instellingen, opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk, die de door deze assemblees aan de politieke partijen of politieke fracties toegekende dotaties of subsidies ontvangen.] - [Art. 2 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)
2° ontvangsten van een politieke partij en van haar componenten :
- de dotaties toegekend krachtens hoofdstuk III van deze wet en/of krachtens een andere overeenkomstige wettelijke of reglementsbepalingen ;
- de giften, schenkingen of legaten ;
- de bijdragen van de fracties van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, [de Raden of de provincieraden]; - [Art. 2 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)
- de lidgelden ;
- de opbrengsten uit het roerend of onroerend vermogen ;
- de opbrengsten uit manifestaties, publicaties of reclame ;
- de bijdragen gestort door de partij-geledingen ;
- de diverse prestaties die een geldelijke waarde hebben of in een geldelijke waarde kunnen worden uitgedrukt.
3° uitgaven van een politieke partij en van haar componenten :
- de personeelsuitgaven ;
- de werkingskosten ;
- de publicaties ;
- de dotaties verleend aan de partij-geledingen ;
- de uitgaven voor verkiezingspropaganda ;
- de uitgaven voor gebouwen ;
- diversen.
[3°bis politieke mandatarissen : de natuurlijke personen die lid zijn van een parlementaire assemblee of een executieve van de Europese Unie, de federale Staat, een Gemeenschap, een Gewest, een provincie, een gemeente of een binnengemeentelijk district of die, met uitzondering van de ambtenaren die ervan afhangen, door een van deze assemblees of een van deze executieves zijn aangewezen om een mandaat te bekleden in een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon.] - [Art. 2 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)
[4° Controlecommissie : een commissie paritair samengesteld uit leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat, onder het voorzitterschap van de voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat.

De Controlecommissie bepaalt in haar statuten de nadere regelen inzake haar samenstelling, werkwijze en wijze van besluitvorming, onverminderd de bij wet voorgeschreven meerderheidsvereisten, en stelt voor de uitoefening van de haar bij wet opgedragen taken een reglement van orde op, die beide in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt.

De Controlecommissie is verplicht om zich, onder de door deze wet bepaalde voorwaarden, te laten adviseren door het Rekenhof voor de controle zowel van de verkiezingsuitgaven van de politieke partijen en de individuele kandidaten als van de financiële verslagen van de politieke partijen en hun componenten. Indien de commissie dit opportuun acht, kan zij voor de uitoefening van haar overige wettelijke bevoegdheden eveneens het advies van het Rekenhof inwinnen.

In geval van ontbinding van de federale Kamers worden de voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Controlecommissie gestelde termijnen gestuit. De nieuwe termijnen beginnen te lopen vanaf de installatie van de vaste bureaus van de federale Kamers.

Met uitzondering van de in artikel 4bis, § 2, derde lid, bepaalde termijn, worden de voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Controlecommissie gestelde termijnen geschorst tijdens de recesperiodes bepaald met toepassing van artikel 10, § 1, 3°, van de wet van 6 april 1995 houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de op 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State.] - [Art. 2 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)

HOOFDSTUK II - Beperking en controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers

Art. 2.
§ 1. Het totaal van de uitgaven en de financiële verbintenissen voor de verkiezingspropaganda van politieke partijen op federaal vlak, op het vlak van de kieskringen en op het vlak van de kiescolleges mag voor de verkiezingen voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat samen niet meer dan 1.000.000 euro bedragen.

Niettegenstaande de voorgaande bepa-lingen, mogen politieke partijen wanneer verschillende verkiezingen op een zelfde dag plaatsvinden niet meer dan 1.000.000 euro besteden voor alle verkiezingsuitgaven en financiële verbintenissen samen.

Vijfentwintig procent van dat bedrag kan evenwel de kandidaten zelf worden aangerekend. In dat geval kan elke kandidaat slechts een bedrag ten belope van ten hoogste tien procent van het in dit lid bepaalde percentage worden aangerekend.

De politieke partijen kunnen met één of meer kandidaten hun campagne op federaal vlak, op het vlak van de kieskringen en op vlak van de kiescolleges voeren. Enkel wat de verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers betreft, worden deze verkiezingsuitgaven de betrokken kandidaat in zijn kieskring aangerekend.

§ 2. Het totaal van de uitgaven en de financiële verbintenissen voor de verkiezingspropaganda van individuele kandidaten mag voor de verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers niet meer bedragen dan :
1° voor elk van de eerstgeplaatste kandidaten naar gelang van het aantal mandaten behaald door hun lijst bij de laatste verkiezingen en voor één bijkomende door de politieke partij aan te duiden kandidaat : 8.700 euro vermeerderd met 0,035 euro per tijdens de vorige verkiezingen voor de federale Kamers ingeschreven kiezer in de kieskring waar de kandidaat kandideert ;
[2° voor één kandidaat op de lijst van een politieke partij die, bij de laatste verkiezingen, geen mandaat behaalde of in de betrokken kieskring niet opkwam : het sub 1° bepaalde bedrag. Deze kandidaat dient niet noodzakelijk de eerstgeplaatste van zijn lijst te zijn ;] - [Art. 3 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)
3° voor elke andere kandidaat-titularis en de kandidaat-eerste-opvolger, voor zover deze laatste de bepalingen van 1° niet geniet : 5 000 euro ;
4° Voor elke andere kandidaat-opvolger, voor zover hij de bepalingen van 1° niet geniet : 2.500 euro.

[ § 2bis . Het totaal van de uitgaven en de financiële verbintenissen voor de verkiezingspropaganda van de individuele kandidaten die, met toepassing van de in artikel 118, derde lid, van het Kieswetboek bepaalde uitzondering, voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers in meer dan één kieskring op dezelfde lijst worden voorgedragen, mag niet meer bedragen dan :
1° voor elk van de eerstgeplaatste kandidaten naar gelang van het aantal mandaten behaald door hun lijst bij de laatste verkiezingen en voor één bijkomende door de politieke partij aan te wijzen kandidaat : 8.700 euro, vermeerderd met 0,035 euro per tijdens de vorige verkiezingen voor de federale Kamers ingeschreven kiezer in de betrokken Kieskringen. Deze kandidaten mogen in elk van deze kieskringen evenwel niet meer dan het voor de onderscheiden kieskringen geldende maximumbedrag, zoals vastgesteld overeenkomstig § 2, uitgeven;
2° voor een kandidaat op de lijst van een politieke partij die, bij de laatste verkiezingen, geen mandaat behaalde of in de betrokken kieskringen niet opkwam : het sub 1° bepaalde bedrag. Deze kandidaat dient niet noodzakelijk de eerstgeplaatste van zijn lijst te zijn. Hij mag in elk van de betrokken kieskringen evenwel niet meer dan het voor de onderscheiden kieskringen geldende maximumbedrag, zoals vastgesteld overeenkomstig § 2, uitgeven;
3° voor elke andere effectieve kandidaat en de kandidaat-eerste-opvolger, voor zover deze het sub 1° bepaalde niet geniet : 5.000 euro.
4° voor elke kandidaat-opvolger, voor zover deze het sub 1° bepaalde niet geniet : 2.500 euro.

De kandidaten, bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, verdelen de vaste uitgaven voor hun verkiezingspropaganda die ze niet kunnen toewijzen aan één van de kieskringen, evenredig over hun aangiften voor de onderscheiden kieskringen, in verhouding tot het aantal tijdens de vorige verkiezingen voor de federale Kamers ingeschreven kiezers in de betrokken kieskringen.]
- [Art. 3 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)

§ 3. Het totaal van de uitgaven en de financiële verbintenissen voor de verkiezingspropaganda van individuele kandidaten mag voor de verkiezingen voor de Senaat niet meer bedragen dan:

1° voor elk van de eerstgeplaatste kandidaten naar gelang van het aantal mandaten behaald door hun lijst bij de laatste verkiezingen en voor één bijkomende door de politieke partij aan te duiden kandidaat 8.700 euro vermeerderd met 0,0175 euro per stem die op geldige wijze is uitgebracht voor, respectievelijk, het Nederlandse of het Franse kiescollege ;
[2° voor één kandidaat op de lijst van een politieke partij, die bij de laatste verkiezingen, geen mandaat behaalde of in het betrokken kiescollege niet opkwam : het sub 1° bepaalde bedrag. Deze kandidaat dient niet noodzakelijk de eerstgeplaatste van zijn lijst te zijn ;] - [Art. 3 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)
3° voor elke andere kandidaat-titularis en de kandidaat-eerste-opvolger, voor zover deze laatste de bepalingen van 1° niet geniet : 10 000 euro ;
4° Voor elke andere kandidaat-opvolger, voor zover hij de bepalingen van 1° niet geniet:
5 000 euro.

§ 4. Wanneer verscheidene kandidaten van een zelfde lijst zich verenigen voor het voeren van hun verkiezingspropaganda, moeten zij vooraf schriftelijk vastleggen welk gedeelte van de uitgaven met hun respectief quotum zal worden verrekend.

§ 5. Wanneer in geval van gelijktijdige verkiezingen een kandidaat op meer dan één lijst staat, dan mogen de in de wetten betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven bedoelde maximum-bedragen voor de individuele kandidaten niet samengevoegd worden. Alleen het hoogste maximumbedrag wordt in aanmerking genomen.

§ 6. De bedragen bepaald in de §§ 1 tot 3 worden aangepast aan de schommelingen van de productiekosten van de bij de verkiezingen gebruikte reclametechnieken. De formule daartoe, met als spilindex deze die van kracht is op 1 januari 1994, wordt vastgesteld bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.

Art. 3.
De Minister van Binnenlandse Zaken maakt ten laatste de twintigste dag voor de verkiezingen de overeenkomstig de bepalingen van artikel 2, § 2, 1° en § 3, 1°, berekende maximumbedragen bekend die door de individuele kandidaten mogen worden uitgegeven.

Art. 4.
§ 1. Voor de toepassing van deze wet worden als uitgaven voor verkiezingspropaganda beschouwd, alle uitgaven en financiële verbintenissen voor mondelinge, schriftelijke, auditieve en visuele boodschappen die erop gericht zijn het resultaat van een politieke partij en haar kandidaten gunstig te beïnvloeden en die naargelang van het geval verricht worden tijdens de periode van drie maanden voor de verkiezingen georganiseerd met toepassing van artikel 105 van het Kieswetboek of, in het geval van buitengewone verkiezingen tijdens de periode die aanvangt op de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit houdende bijeenroeping van de kiescolleges voor de federale Kamers en eindigt op de dag van de verkiezingen. Indien evenwel, in het geval van buitengewone verkiezingen de bekendmaking van het bedoelde koninklijk besluit plaats heeft na de aanvang van de voormelde periode van drie maanden, wordt de inmiddels reeds verstreken termijn meegerekend.

[§ 2. Als uitgaven voor verkiezingspropaganda bedoeld in § 1 worden eveneens beschouwd, die welke verricht zijn door derden voor politieke partijen of kandidaten, tenzij deze laatsten :
­ onmiddellijk na de kennisneming van de door de betrokken derden gevoerde campagne, hen bij een ter post aangetekend schrijven aanmanen deze campagne te staken ;
­ een afschrift van deze brief al dan niet met het schriftelijk akkoord van de derden tot staking, overzenden aan de voorzitters van de hoofdbureaus die met toepassing van artikel 94ter, § 1, eerste lid, van het Kieswetboek de verslagen opmaken over de uitgaven die de politieke partijen en de kandidaten voor verkiezingspropaganda hebben gedaan. Deze voorzitters voegen dit stuk of deze stukken bij de door de betrokken partijen of kandidaten ingediende aangiften van hun verkiezingsuitgaven en van de herkomst van de geldmiddelen.] - [Art. 4 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)

§ 3. Als uitgaven voor verkiezingspropaganda worden niet beschouwd :
1° het verlenen van persoonlijke, niet daartoe bezoldigde diensten evenals het gebruik van een persoonlijk voertuig ;
2° de publicatie in een dagblad of periodiek van redactionele artikels op voorwaarde dat die publicatie op dezelfde wijze en volgens dezelfde regels geschiedt als buiten de verkiezingsperiode, zonder betaling, beloning, of belofte van betaling of van beloning en dat het niet gaat om een dagblad of periodiek, speciaal uitgegeven ten behoeve van of met het oog op de verkiezingen en dat de verspreiding en de frequentie van de publicatie dezelfde zijn als buiten de verkiezingsperiode ;
3° de uitzending over radio of televisie van programma’s met berichten of commentaren, op voorwaarde dat die uitzendingen op dezelfde wijze én volgens dezelfde regels geschieden als buiten de verkiezingsperiode, zonder betaling, beloning, of belofte van betaling of van beloning ;
4° de uitzending of reeks van uitzendingen over radio of televisie van verkiezingsprogramma’s op voorwaarde dat vertegenwoordigers van de in artikel 1 bedoelde politieke partijen aan die uitzendingen kunnen deelnemen ;
5° de uitzending over radio of televisie van verkiezingsprogramma’s, op voorwaarde dat het aantal en de duur ervan worden bepaald op grond van het aantal vertegenwoordigers van de politieke partijen in de wetgevende vergaderingen ;
[6° de kostprijs van periodieke manifestaties, op voorwaarde dat :
­ ze niet uitsluitend voor verkiezingsdoeleinden worden georganiseerd ;
­ het geregelde en telkens weerkerende manifestaties betreft die steeds op dezelfde wijze worden georganiseerd ; de periodiciteit wordt beoordeeld hetzij aan de hand van een referentieperiode van twee jaar voorafgaand aan de in § 1 bedoelde periode, tijdens welke de bedoelde manifestatie jaarlijks eenmaal moet hebben plaatsgehad, hetzij aan de hand van een referentieperiode van vier jaar voorafgaand aan de in § 1 bedoelde periode, tijdens welke de bedoelde manifestatie tweejaarlijks tenminste éénmaal moet hebben plaatsgehad. Zo de uitgaven voor reclame en uitnodigingen in vergelijking met het gewone verloop van dergelijke manifestatie evenwel kennelijk uitzonderlijk zijn, dienen zij bij wijze van uitzondering wel als verkiezingsuitgave aangerekend te worden ;
7° de kostprijs van voor verkiezingsdoeleinden georganiseerde, niet-periodieke manifestaties waarvoor een deelnameprijs wordt aangerekend, voor zover de uitgaven door de inkomsten, met uitzondering van deze uit sponsoring, worden gedekt en het geen uitgaven voor reclame en uitnodigingen betreft. Zo de inkomsten de uitgaven niet dekken, moet het verschil als een verkiezingsuitgave worden aangerekend;
8° de uitgaven die tijdens de verkiezingsperiode worden verricht in het kader van een normale partijwerking op nationaal of lokaal niveau met name de organisatie van congressen en partij-
bijeenkomsten. Zo de uitgaven voor reclame en uitnodigingen in vergelijking met het gewone verloop van dergelijke manifestaties evenwel kennelijk uitzonderlijk zijn, dienen zij bij wijze van uitzondering wel als verkiezingsuitgave te worden aangerekend ; 9° de uitgaven voor de aanmaak, de bijwerking en het beheer van internettoepassingen, op voorwaarde dat die op dezelfde wijze en volgens dezelfde regels geschieden als buiten de referentieperiode.] - [Art. 4 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)

§ 3. (opgeheven).

§ 4. De uitgaven en financiële verbintenissen voor goederen, leveringen en diensten die onder toepassing van [de §§ 1 en 2] vallen, moeten tegen de geldende marktprijzen worden verrekend. [Art. 4 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)

Art. 4bis.
§ 1. De Controlecomissie wordt belast met de toetsing, ongeacht het gebruikte mediakanaal, van alle voor het publiek bestemde mededelingen en voorlichtings-campagnes van de federale Regering of een of meer leden, van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen of een of meer van hun leden, van de colleges bedoeld in artikel 60 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen of een of meer van hun leden, van een of meer gewestelijke staatssecretarissen bedoeld in artikel 41 van dezelfde bijzondere wet, van de voorzitters van de federale Kamers, van de voorzitters van de Gemeenschaps- en of Gewestraden en van de voorzitters van de verenigde vergaderingen en van de taalgroepen bedoeld in artikel 60 van de bijzondere instellingen, waartoe deze niet op grond van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling verplicht zijn en die direct of indirect met overheidsgeld worden gefinancierd.

§ 2. De federale Regering of een of meer van haar leden, de Gemeenschaps- of Gewestregeringen of een of meer van hun leden, de colleges bedoeld in artikel 60 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen of een of meer van hun leden, een of meer gewestelijke staatssecretarissen bedoeld in artikel 41 van dezelfde wet, de voorzitters van de federale Kamers, de voorzitters van de Gemeenschaps- of Gewestraden en de voorzitters van de verenigde vergaderingen en van de taalgroepen bedoeld in artikel 60 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen die een mededeling of een voorlichtingscampagne als bedoeld in § 1 wensen te verspreiden dan wel te voeren, moeten vooraf een synthesenota bij de Controlecommissie indienen.

In die nota worden de inhoud, de redenen, de gebruikte middelen, de totale kostprijs en de voor de mededeling of de voorlichtingscampagne geraadpleegde firma’s vermeld.
Uiterlijk vijftien dagen na de indiening van de synthesenota brengt de Controlecommissie een niet bindend advies uit.

Het advies is ongunstig als de mededeling of de campagne er geheel of ten dele toe strekt het persoonlijk imago van een of meer leden van de in § 1 bedoelde instellingen of het imago van een politieke partij te verbeteren.

Spreekt de Commissie zich niet uit binnen de voorgeschreven termijn van vijftien dagen, dan wordt zij geacht een gunstig advies te hebben uitgebracht.

§ 3. Binnen vijftien dagen na het verschijnen of het verspreiden van de mededeling of de voorlichtingscampagne neemt de Controlecommissie, op verzoek van een derde van de leden van elke taalgroep, het dossier waarover zij een ongunstig advies heeft uitgebracht, in behandeling.

De Controlecommissie is eveneens en volgens dezelfde procedure gevat als de inhoud van de mededeling of van de voorlichtingscampagne werd gewijzigd ten opzichte van wat in de synthesenota was vermeld.

§ 4. Als de mededeling of de voorlichtingscampagne ertoe strekt het persoonlijk imago te verbeteren van een of meer leden van de federale Regering, van een of meer leden van de Gemeenschaps- of Gewestregeringen, van een of meer leden van de colleges bedoeld in artikel 60 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, van een of meer gewestelijke staatssecretarissen bedoeld in artikel 41 van dezelfde bijzondere wet, van de voorzitters van de federale Kamers, van de voorzitters van de Gemeenschaps- of Gewestraden of van de voorzitters van de verenigde vergadering en van de taalgroepen bedoeld in artikel 60 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen of het imago van een politieke partij, rekent de Commissie de kosten van de mededeling of campagne aan op de uitgaven van de betrokkenen voor de eerstvolgende verkiezingen waaraan zij deelnemen.

Ingeval het in dit artikel bedoelde advies van de Controlecommissie niet is gevraagd, wordt de kostprijs van de mededeling of van de campagne van rechtswege aangerekend op de uitgaven van de betrokkenen voor de eerstvolgende verkiezingen waaraan zij deelnemen. Daartoe neemt de Controlecommissie de zaak ambtshalve in behandeling.

De Commissie moet uiterlijk een maand nadat de zaak bij haar aanhangig is gemaakt, een met redenen omklede beslissing nemen, met inachtneming van de rechten van de verdediging.
De Controlecommissie beslist bij gewone meerderheid van stemmen in elke taalgroep.
De beslissing wordt binnen zeven dagen ter kennis gebracht van de betrokkenen.
Ze wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

Art. 5.
§ 1. Gedurende de termijn bepaald bij artikel 4, § 1, mogen de politieke partijen en de kandidaten evenals derden die propaganda wensen te maken voor politieke partijen of kandidaten :
1° geen gebruik maken van commerciële reclameborden of affiches ;
[2° geen gebruik maken van niet-commerciële reclameborden of affiches groter dan 4m² ;
3° geen gadgets verkopen noch gadgets of geschenken uitdelen, ongeacht de wijze van verspreiding en met toepassing van artikel 184 van het Kieswetboek, tenzij aan de kandidaten en de personen die met toepassing van artikel 4, § 3, 1°, onbezoldigd verkiezingspropaganda voeren ten voordele van politieke partijen en kandidaten. Onder gadgets worden verstaan alle voorwerpen, uitgezonderd drukwerk op papier of op enige andere informatiedrager met een uitsluitend opiniërende of illustrerende politieke boodschap, die als souvenir, accessoire, snuisterij of gebruiksvoorwerp worden gebruikt, en waarvan diegene die het uitdeelt hoopt dat degene die het ontvangt het zal aanwenden voor het normale gebruik waarvoor het is bestemd en bij die gelegenheid telkens opnieuw de boodschap zal zien die op het voorwerp is aangebracht ;
4° geen commerciële telefooncampagnes voeren ;
5° geen commerciële reclamespots op radio, televisie en in bioscopen voeren.

§ 2. Voor dezelfde periode bepaalt de gouverneur van de provincie of van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad bij politiebesluit de nadere regels inzake het aanbrengen van verkiezingsaffiches en het organiseren van gemotoriseerde optochten.] - [Art. 5 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)

Art. 6.
[Bij het aanvragen van een lijstnummer dienen de politieke partijen een schriftelijke verklaring in waarin ze zich ertoe verbinden :
1° de wetsbepalingen inzake beperking en controle van de verkiezingsuitgaven in acht te nemen ;
hun verkiezingsuitgaven en van de herkomst van de geldmiddelen die daaraan zijn besteed, tegen ontvangstbewijs, binnen vijfenveertig dagen na de verkiezingen aan te geven bij de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, in wiens rechtsgebied de zetel van de partij gevestigd is, en, met het oog op de uitoefening van het inzagerecht, bedoeld in artikel 94ter, § 2, tweede lid, van het Kieswetboek, een afschrift ervan mee te delen aan de voorzitter van, naar gelang van het geval, de voorzitter van het Nederlandse kiescollege of het Franse kiescollege;
3° de stavingsstukken betreffende hun verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen gedurende twee jaar na de datum van de verkiezingen te bewaren.

Voor zover in hun aangifte van de herkomst van de geldmiddelen giften worden vermeld, verbinden zij er zich bovendien toe om de identiteit van de natuurlijke personen, die ter financiering van de verkiezingsuitgaven, giften van 125 euro en meer hebben gedaan, te registreren, vertrouwelijk te houden en, binnen vijfenveertig dagen na de datum van de verkiezingen, aan te geven bij de Controlecommissie die toeziet op de naleving van deze verplichting overeenkomstig artikel 16bis.

De schriftelijke verklaring, de aangiften van de verkiezingsuitgaven en van de herkomst van de geldmiddelen en het ontvangstbewijs worden gesteld op daartoe bestemde formulieren die door de minister van Binnenlandse Zaken worden vastgesteld en tijdig in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt. De formulieren houdende de aangiften van de verkiezingsuitgaven en van de herkomst van de geldmiddelen, alsook de in het tweede lid bedoelde registratieformulieren worden uiterlijk bij de aanvraag van het lijstnummer ter beschikking gesteld van de politieke partijen.

Deze formulieren worden door de aanvragers ondertekend, gedagtekend en, tegen ontvangstbewijs, ingediend.

De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de nadere regels inzake de indiening van de aangiften van de verkiezingsuitgaven en van de herkomst van de geldmiddelen en de wijze van hun inventarisatie en beveiligde bewaring.] - [Art. 6 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)

Art. 7 tot 11.
(wijzigen het Kieswetboek).

[Art. 11bis.
De voorzitters van de Controlecommissie doen, bij een ter post aangetekende brief, een afschrift van de verslagen die hen overeenkomstig artikel 94ter, § 2, van het Kieswetboek zijn toegezonden, onverwijld toekomen aan het Rekenhof met de opdracht om, met toepassing van artikel 1, 4°, derde lid, binnen een maand een advies uit te brengen voor de juistheid en de volledigheid van deze verslagen.] - [Art. 7 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)

[Art. 12.
§ 1. Onverminderd artikel 1, 4°, derde en vierde lid, doet de Controlecommissie, met inachtneming van de rechten van de verdediging en na kennisneming van het overeenkomstig artikel 11bis door het Rekenhof uitgebrachte advies, binnen honderdtachtig dagen na de dag van de verkiezingen, in openbare vergadering, uitspraak over de juistheid en de volledigheid van de verslagen, bedoeld in artikel 94ter van het Kieswetboek. Hiertoe kan zij,
overeenkomstig de in haar reglement van orde vastgestelde procedure, alle inlichtingen en nadere aanvullingen opvragen die daartoe noodzakelijk zijn.

§ 2. De in § 1 bedoelde beslissingen, met inbegrip van die genomen met toepassing van de artikelen 13 en 14, § 2, wegens de door haar vastgestelde schending van de artikelen 2, 4 en 5, § 1, en hun motivering worden opgenomen in een door de Controlecommissie goedgekeurd verslag.

Dit verslag bevat op zijn minst nog de volgende gegevens :
1° per politieke partij het totaalbedrag van de verkiezingsuitgaven ten voordele van deze partij;
2° per kiesomschrijving, het totaalbedrag van de verkiezingsuitgaven ten voordele van elke lijst, het totaal van de uitgaven van alle kandidaten van deze lijst en van elke gekozene afzonderlijk.

Het advies van het Rekenhof wordt als bijlage bij het verslag gevoegd.

§ 3. De voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat brengen een exemplaar van het verslag, bij een ter post aangetekende brief, onverwijld ter kennis van, naar gelang van het geval, de politieke partij of de personen, ten aanzien van wie de commissie de in § 2, eerste lid, bedoelde beslissing heeft genomen.

Zij sturen eveneens onverwijld een exemplaar van het verslag naar de diensten van het Belgisch Staatsblad, die het binnen dertig dagen na ontvangst in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad publiceren.] - [Art. 8 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)

Art. 13.
[Bij overschrijding] van het in artikel 2, § 1, vermelde toegestane maximumbedrag, verbeurt de betrokken politieke partij gedurende de daaropvolgende periode die de Controlecommissie bepaalt en die ten minste één en ten hoogste vier maanden duurt het recht op de in artikel 15 bepaalde dotatie. [Art. 9 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)

Art. 14.
§ 1. Met de straffen gesteld in artikel 18 van het Kieswetboek wordt gestraft :
1° een ieder die uitgaven doet of verbintenissen aangaat voor kiespropaganda zonder daarvan aan de voorzitter van het betrokken hoofdbureau mededeling te doen ;
2° een ieder die voor kiespropaganda wetens en willens uitgaven doet of verbintenissen aangaat die de maximumbedragen overschrijden waarin is voorzien bij artikel 2, §§ 2 en 3 ;
3° een ieder die geen aangifte doet van zijn verkiezingsuitgaven en/of van de herkomst van de geldmiddelen binnen de termijn bepaald in artikel 116, § 6, van het Kieswetboek ;
4° een ieder die de bepalingen van artikel 5 niet naleeft.

§ 2. Elke overtreding omschreven in § 1 kan worden vervolgd, hetzij op initiatief van de procureur des Konings, hetzij op grond van een klacht ingediend door de Controlecommissie of door een persoon die van enig belang doet blijken.

§ 3. De termijn voor de uitoefening van het initiatiefrecht van de procureur des Konings en voor de indiening van klachten met betrekking tot de in § 1 omschreven overtredingen, verstrijkt de tweehonderdste dag na de verkiezingen. [Ten aanzien van de Controlecommissie wordt deze termijn gestuit of geschorst overeenkomstig artikel 1, 4°, derde en vierde lid.] - [Art. 10 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)

Van de niet door de Controlecommissie ingediende klachten zendt de procureur des Konings, binnen acht dagen na ontvangst ervan, een afschrift aan de Controlecommissie. Binnen dezelfde termijn geeft de procureur des Konings de Controlecommissie kennis van zijn beslissing vervolging in te stellen met betrekking tot de in § 1 bedoelde feiten.

Binnen de dertig dagen na ontvangst van het afschrift van de ingediende klachten of de beslissing tot vervolging brengt de Controlecommissie aan de procureur des Konings een met redenen omkleed advies uit over de klachten en vervolgingen waarvan ze, overeenkomstig het vorige lid, door de procureur des Konings in kennis is gesteld.
De adviestermijn schorst de vervolgingen.

§ 4. Een ieder die een klacht heeft ingediend of een vordering heeft ingesteld die ongegrond blijken en waarvan vaststaat dat ze zijn ingediend of ingesteld met het oogmerk om te schaden, wordt gestraft met een geldboete van 50 euro tot 500 euro.

HOOFDSTUK III - Financiering van de politieke partijen

Art. 15.
Per politieke partij, die in [één van de] Kamers door ten minste één rechtstreeks verkozen parlementslid vertegenwoordigd is, verleent de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat, ieder wat hem betreft, een dotatie aan de in artikel 22 bepaalde instelling. Deze dotatie wordt vastgesteld en uitgekeerd overeenkomstig de hiernavolgende artikelen. [Art. 2 van de Wet van 17 februari 2005 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 21/4/2005)

Art. 15.bis.
Om aanspraak te kunnen maken op de dotatie waarin is voorzien bij artikel 15, moet elke partij, tegen uiterlijk 31 december 1995, in haar statuten of in haar programma een bepaling opnemen waarbij zij zich ertoe verbindt om in haar politieke actie ten minste de rechten en vrijheden, zoals gewaarborgd door het bij de wet van 13 mei 1955 bekrachtigde Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950 en door de in België van kracht zijnde aanvullende protocollen bij dit Verdrag, in acht te nemen en door haar diverse geledingen en verkozen mandatarissen te doen in acht nemen.

Art. 15ter.
§ 1. Indien een politieke partij door eigen toedoen of door toedoen van haar componenten, lijsten, kandidaten of gekozenen, duidelijk en door middel van verscheidene, met elkaar overeenstemmende tekenen, aantoont dat zij vijandig staat tegenover de rechten en vrijheden die gewaarborgd worden door het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950, goedgekeurd bij de wet van 13 mei 1955, en door de aanvullende protocollen bij dat verdrag die in België van kracht zijn, moet de dotatie die krachtens dit hoofdstuk aan de in artikel 22 bedoelde instelling wordt toegekend, zo de algemene vergadering van de afdeling administratie van de Raad van State dat beslist, binnen vijftien dagen door de Controlecommissie worden ingetrokken, ten belope van het bedrag waartoe de Raad van State heeft beslist.

De aanvraag die wordt ingediend door ten minste een derde van de leden van de Controlecommissie moet rechtstreeks aan de Raad van State worden gericht. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt in de aldus toegezonden aanvraag melding gemaakt van de naam van de eisende partijen, de in artikel 22 bedoelde instelling waartegen de aanvraag gericht is, een beschrijving van de feiten en overeenstemmende tekenen alsmede van het recht of de rechten die werden bekrachtigd bij het in het vorige lid bedoelde Verdrag en waarvan wordt beweerd dat de aangeklaagde partij er kennelijk tegen gekant is. In de aanvraag worden voorts de natuurlijke personen en rechtspersonen vermeld die bij voornoemde feiten betrokken zijn. De Koning kan bijkomende nadere regels vaststellen wat de inhoud van de aanvraag betreft. De Raad van State brengt, binnen zes maanden na de aanhangigmaking, een behoorlijk met redenen omkleed arrest uit en kan beslissen de dotatie die krachtens dit hoofdstuk aan de in artikel 22 bedoelde instelling wordt toegekend, in te trekken hetzij ten belope van het dubbele van het bedrag van de voor het stellen van die daad gefinancierde of gedane uitgaven, hetzij voor een periode die niet korter mag zijn dan drie maanden noch langer dan één jaar.

De Raad van State kan gelasten zijn arrest of een samenvatting daarvan via de kranten of op enigerlei andere wijze te publiceren of te verspreiden, ten laste van de instelling bedoeld bij artikel 22 waaraan een sanctie wordt opgelegd.

§ 2. De partijen mogen hun aanvraag en elk ander procedurestuk, evenals hun verklaringen, in de taal van hun keuze opstellen.

Deze aanvragen, stukken en verklaringen worden vertaald door de diensten van de Raad van State wanneer een partij die van enig belang doet blijken, dit vraagt.

De akten van rechtspleging van de organen van de Raad van State evenals de arresten worden opgesteld in de taal van de taalgroep waartoe de volksvertegenwoordigers of senatoren van de in § 1, tweede lid, bedoelde politieke partij behoren. Zij worden vertaald door de diensten van de Raad van State wanneer een partij die van enig belang doet blijken, dit vraagt.

Wanneer de betrokken politieke partij, volksvertegenwoordigers of senatoren telt die niet uitsluitend tot één van de Nederlandse taalgroepen of tot één van de Franse taalgroepen van de Kamer en van de Senaat behoren, worden de akten van rechtspleging van de Raad van State, evenals de arresten, in het Nederlands en in het Frans betekend, alsook in het Duits wanneer een partij die van enig belang doet blijken, dit vraagt.

De aanvragen en andere procedurestukken die medeondertekend worden door volksvertegenwoordigers of senatoren die niet uitsluitend tot één van de Nederlandse taalgroepen of tot één van de Franse taalgroepen van de Kamer en van de Senaat behoren, mogen opgesteld worden in de twee of de drie landstalen, naar gelang van het geval. De akten van rechtspleging van de organen van de Raad van State evenals zijn arresten worden in dit geval betekend in de twee of drie landstalen, naar gelang van het geval. De diensten van de Raad van State zorgen voor de vertaling van de akten en verklaringen van de andere partijen wanneer een partij die van enig belang doet blijken, dit vraagt.
(Dit artikel treedt inwerking op een door de Koning te bepalen datum).

Art. 16.
De totale jaarlijkse dotatie is voor elke politieke partij, die aan de voorwaarden van de artikelen 15 en 15bis voldoet, samengesteld uit de volgende bedragen :
1° een forfaitair bedrag van 125.000 euro ;
2° een aanvullend bedrag van 1,25 euro per geldig uitgebrachte stem, ongeacht of het een lijststem dan wel een naamstem is, op de door de politieke partij erkende kandidatenlijsten bij de laatste wetgevende verkiezingen tot de gehele vernieuwing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en van de Senaat.

Iedere partij kan afstand doen van het voordeel van de haar op grond van het eerste lid verleende dotatie.

Art. 16bis.
Alleen natuurlijke personen kunnen giften doen aan politieke partijen en hun componenten, lijsten, kandidaten en politieke mandatarissen. Kandidaten en politieke mandatarissen kunnen evenwel ook giften ontvangen van de politieke partij of de lijst waarvoor zij kandideren of waarvoor zij een mandaat bekleden. Zo ook mogen componenten giften ontvangen van hun politieke partij en omgekeerd. Onverminderd de voorgaande bepalingen zijn giften vanwege natuurlijke personen die feitelijk optreden als tussenpersonen van rechtspersonen of feitelijke verenigingen verboden.

[Onverminderd de in artikel 6, tweede lid, en artikel 116, § 6, tweede lid, van het Kieswetboek bedoelde registratieplicht wordt de identiteit van de natuurlijke personen die giften van 125 euro en meer, onder welke vorm ook, doen aan politieke partijen en hun componenten, lijsten, kandidaten en politieke mandatarissen door de begunstigden jaarlijks geregistreerd.] Politieke partijen en hun componenten, lijsten, kandidaten en politieke mandatarissen mogen vanwege een zelfde natuurlijke persoon jaarlijks elk maximaal 500 euro, of de tegenwaarde daarvan, als gift ontvangen. De schenker mag jaarlijks in het totaal maximaal 2.000 euro, of de tegenwaarde daarvan, besteden aan giften ten voordele van politieke partijen en hun componenten, lijsten, kandidaten en politieke mandatarissen. De afdrachten van politieke mandatarissen aan hun politieke partij worden niet als giften beschouwd. [De bijdragen van politieke mandatarissen aan hun politieke partij of haar componenten worden niet als giften beschouwd.] - [Art. 11 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)

De prestaties die rechtspersonen, natuurlijke personen of feitelijke verenigingen kosteloos of onder de reële prijs verlenen, worden, net als het ter beschikking stellen van kredietlijnen die niet moeten worden terugbetaald, met giften gelijkgesteld. Prestaties die door een politieke partij of een kandidaat klaarblijkelijk boven de marktprijs zijn aangerekend worden eveneens als giften van rechtspersonen, natuurlijke personen of feitelijke verenigingen aangemerkt.
De politieke partij die in strijd met deze bepalingen een gift aanvaardt, verliest, ten belope van het dubbel van het bedrag van de gift, haar recht op de dotatie die krachtens hoofdstuk III van deze wet aan de in artikel 22 bepaalde instelling zou worden toegekend tijdens de maanden volgend op de vaststelling van deze niet-naleving door de Controlecommissie.

Hij die in strijd met deze bepaling een gift doet aan een politieke partij, een van haar componenten – ongeacht zijn rechtsvorm -, een lijst, een kandidaat of een politiek mandataris of hij die als kandidaat of als politiek mandataris een gift aanvaardt, wordt gestraft met een geldboete van 26 euro tot 100.000 euro. Hij die, zonder kandidaat of politiek mandataris te zijn, een dergelijke gift aanvaardt in naam of voor rekening van een politieke partij, een lijst, een kandidaat of een politiek mandataris, wordt met dezelfde sanctie gestraft.

Het Eerste Boek van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, is van toepassing op deze misdrijven.

Het vonnis kan op bevel van de rechtbank geheel of bij uittrekstel opgenomen worden in de dag- en weekbladen die zij heeft aangeduid.

Art. 16ter.
De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit de wijze waarop de in de artikelen 6 en 16bis bedoelde registraties, [alsook die bedoeld in artikel 116, § 6, tweede lid van het Kieswetboek], worden opgesteld en neergelegd. De controle gebeurt door de Controlecommissie. [Art. 12 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)

Art. 17.
De erkenning van de kandidatenlijsten geschiedt door het vermelden van het beschermd letterwoord of logo, of van het gemeenschappelijk volgnummer overeenkomstig de bepalingen van artikel 115bis van het Kieswetboek.

Art. 18.
[De in artikel 16, 1° en 2°, bepaalde bedragen worden aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen. De indexcijfers van respectievelijk januari 1993 en januari 2003 worden als basis genomen.] - [Art. 13 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)

Art. 19.
De kredieten worden voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat, ieder wat hem betreft, uitgetrokken op de begroting der Dotatiën.

Het in artikel 16, 1°, bepaalde bedrag wordt gelijk verdeeld over de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat.

Art. 20.
De in de artikelen 15, 16, 18 en 19 bepaalde dotatie wordt per maand berekend en uitgekeerd.
De berekening gebeurt op basis van de gegevens die beschikbaar zijn op de eerste dag van de maand waarvoor de dotatie wordt uitgekeerd.

Art. 21.
De dotatie dient per maand schriftelijk aangevraagd te worden voor de betrokken maand is verstreken.

De in artikel 22 bedoelde instelling richt de aanvraag daartoe aan de Voorzitters van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en van de Senaat.

HOOFDSTUK IV - Boekhouding van de politieke partijen

Art. 22.
Elke politieke partij, die voldoet aan de in de artikelen 15 en 15bis gestelde voorwaarden, wijst een instelling, opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk, aan, die de krachtens hoofdstuk III toegekende dotatie ontvangt.

De instelling bedoeld in het eerste lid heeft als opdracht :
- de publieke dotaties te ontvangen ;
- jaarlijks een centrale lijst op te stellen van de giften van 125 euro en meer van natuurlijke personen die door de componenten van de partij werden ontvangen en waarvoor een ontvangstbewijs werd afgeleverd ;
- de lijst op te stellen van de componenten van de partij die deel uitmaken van de consolidatiekring ;
- de in het voorgaande streepje vermelde componenten administratief te omkaderen en toe te zien op de effectieve naleving door deze componenten van de wettelijke regels met betrekking tot de boekhouding van de politieke partijen.

Bij in Ministerraad overlegd besluit, erkent de Koning één instelling per politieke partij en bepaalt Hij de modaliteiten van de registratie en het afsluiten van de rekeningen en ontvangsten van deze instelling.

Art. 23.
§ 1. De beheerraad van de in artikel 22 bepaalde instelling stelt een financieel verslag op over de jaarrekeningen van de politieke partij en haar componenten.

Het financieel verslag wordt jaarlijks opgemaakt met inachtneming van de bepalingen vervat in de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Het financieel verslag bevat ten minste de als bijlage bij deze wet opgesomde documenten, in voorkomend geval in de in die bijlage voorgeschreven vorm.

§ 2. De algemene vergadering van de in artikel 22 bepaalde instelling stelt een bedrijfsrevisor aan. De bedrijfsrevisor stelt jaarlijks een verslag op over het in § 1 bedoelde financieel verslag.

Art. 24.
Binnen honderdtwintig dagen na het afsluiten van de rekeningen wordt het in artikel 23 bepaalde verslag toegezonden aan de Minister van Financiën en aan de Voorzitters van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en van de Senaat, [die zorg dragen voor de onverwijlde publicatie van dit verslag in de parlementaire stukken.]

[Daarenboven zenden de voorzitters onverwijld een exemplaar van de financiële verslagen of van de in het eerste lid bedoelde parlementaire stukken, bij een ter post aangetekende brief, naar het Rekenhof met de opdracht om, met toepassing van artikel 1, § 2, binnen een maand, na advies uit te brengen over de juistheid en de volledigheid van deze verslagen.]

[De Controlecommissie formuleert binnen tweehonderd dagen na het afsluiten van de rekeningen, onder meer op grond van het advies van het Rekenhof, haar opmerkingen en keurt, voor zover zij geen onregelmatigheden vaststelt, het financieel verslag goed. Het advies van het Rekenhof wordt als bijlage bij het verslag van de Controlecommissie gevoegd.] Indien op vordering van het openbaar ministerie een gerechtelijk onderzoek loopt dat rechtstreeks verband houdt met de financiering van de partijen, gebeurt de goedkeuring onder voorbehoud.

De procedure en de modaliteiten inzake de controle en het horen van de betrokkenen worden bepaald in het huishoudelijk reglement van de Controlecommissie. Dit reglement wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

De samenvatting van het financieel verslag, de opmerkingen en de akte van goedkeuring worden onverwijld door de Voorzitters van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en van de Senaat toegezonden aan de Minister van Financiën en aan de diensten van het Belgisch Staatsblad die deze binnen dertig dagen na ontvangst in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad moeten publiceren.

[Art. 14 van de Wet van 2 april 2003 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 16/4/2003)

Art. 25.
Het niet goedkeuren van het financieel verslag door de Controlecommissie, en het niet of het laattijdig indienen van het financieel verslag hebben het verlies tot gevolg van :
1° de dotatie die krachtens hoofdstuk III van deze wet aan de in artikel 22 bepaalde instelling zou worden toegekend gedurende de daaropvolgende periode die de Controlecommissie bepaalt en ten minste één en ten hoogste vier maanden duurt ;
2° (opgeheven).

De in artikel 24 bedoelde goedkeuring onder voorbehoud heeft de preventieve opschorting van een twaalfde van de jaarlijkse dotatie tot gevolg.

Art. 25bis.
De beslissingen bedoeld in de artikelen 24 en 25 kunnen op eender welk ogenblik worden herzien.

HOOFDSTUK V - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 26 en 27.
(overgangsbepalingen)

Art. 28.
De Koning wordt belast met de uitvoering van de bepalingen van hoofdstuk II en artikel 22.

Art. 29.
Deze wet treedt in werking op 1 januari 1989, met uitzondering van artikel 27 dat in werking treedt met ingang van het aanslagjaar 1991.

Het voor het derde kwartaal van 1989 uitgekeerde bedrag van de dotatie bevat de bedragen van de eerste twee kwartalen van het jaar 1989.

[Art. 30.
Wanneer een politieke partij op 1 juni 2003 aan de in artikelen 15, zoals gewijzigd bij de wet van 17 februari 2005 tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en 15bis gestelde voorwaarden voldoet, doch geen dotatie kreeg uitgekeerd, worden de achterstallige maandelijkse dotaties aan de in artikel 22 bedoelde instelling uitgekeerd op voorwaarde dat de schriftelijke aanvraag daartoe binnen 3 maanden na de bekendmaking van de wet van 17 februari 2005 tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, ingediend werd bij de voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat.] - [Art. 3 van de Wet van 17 februari 2005 tot wijziging van de Wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.] (B.S. 21/4/2005)

.........................

Bijlage

Het financieel verslag, bedoeld in artikel 23, omvat ten minste de volgende documenten :

1. Een document met de identificatie van de partij en haar componenten, zoals omschreven in artikel 1, 1°, tweede lid. De identificatie omvat minstens de benaming, de zetel, de rechtsvorm, het maatschappelijk doel en de samenstelling (naam, woonplaats, beroep) van de beheers- en controleorganen van elk van de partijcomponenten.

2. De samenvattende rekening (balans en resultatenrekening) van elke component van de politieke partij, volgens de definitie ervan in artikel 1, 1°, tweede lid. Deze rekeningen mogen opgesteld worden in de vorm van een synoptische tabel met een minimale aanduiding per component van :
a) het totaal van de activa, het totaal van de voorzieningen en schulden en het bedrag van het patrimonium ;
b) de opbrengsten en kosten uit courante werking, het resultaat uit courante werking vóór financiële resultaten, het financieel resultaat, het uitzonderlijk resultaat, het resultaat van het boekjaar ;
c) het aantal tewerkgestelde personen uitgedrukt in voltijdse equivalenten, waarvan de kost door de partijcomponent wordt gedragen.

3. De geconsolideerde rekening van de politieke partij en haar componenten bestaande uit een geconsolideerde balans, een geconsolideerde resultatenrekening, alsook een verklarende toelichting van de rubrieken van de geconsolideerde balans en van de geconsolideerde resultatenrekening, volgens het schema vastgelegd door de Controlecommissie betreffende de verkiezingsuitgaven en de boekhouding van de politieke partijen.

4. Een verslag van de bedrijfsrevisor waarin deze :
a) bevestigt dat de geconsolideerde rekening opgesteld is overeenkomstig de reglementaire bepalingen. Dit verslag geldt als een verklaring overeenkomstig de algemene controlenormen van het Instituut der Bedrijfsrevisoren ;
b) toelicht of de administratieve en boekhoudkundige organisatie van de partij en haar componenten voldoende is om geconsolideerde rekeningen op te maken ;
c) de gegevens van de geconsolideerde rekening ontleedt, waarbij hij de aandacht vestigt op de aspecten die het begrip van de financiële toestand en resultaten, alsook de vergelijkbaarheid kunnen bevorderen.

 

 

 

decoratie
 
decoratie
decoratie decoratie decoratie
decoratie
Meer info over dit onderwerp
. decoratieregelgeving
decoratie
decoratie decoratie decoratie
decoratie
  decoratie
disclaimer
decoratie
decoratie decoratie
decoratie