Decreet
van 7 mei 2004 houdende regeling van de controle van
de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen
voor de verkiezing van het Vlaams Parlement, de provicieraden,
de gemeenteraden en de districtsraden - B.S. 28 mei
2004
Officieuze
coördinatie tot en met 10 februari 2006
HOOFDSTUK I.
- Algemene bepalingen
Artikel
1.
Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Art. 2.
In dit decreet wordt verstaan onder:
1° de wet van 19 mei 1994: de wet van 19 mei 1994
tot regeling van de verkiezingscampagne en tot beperking
en aangifte van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen
van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse
Hoofdstedelijke Raad en de Raad van de Duitstalige
Gemeenschap, alsmede tot vaststelling van de toetsingsnorm
inzake officiële mededelingen van de overheid;
2° de wet van 4 juli 1989: de wet van 4 juli 1989
betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven
voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering
en de open boekhouding van de politieke partijen;
3° het Kieswetboek: het Kieswetboek van 12 april
1894;
4° het hoofdbureau: het hoofdbureau van de kieskring
zoals bedoeld in artikel 26quater van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen,
en wat de kieskring Brussel betreft, het gewestbureau
zoals bedoeld in artikel 16 van de bijzondere wet
van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse
instellingen.
Art. 3.
In het Vlaams Parlement wordt een Vlaamse Controlecommissie
voor de Verkiezingsuitgaven opgericht, hierna Controlecommissie
Verkiezingsuitgaven te noemen.
Het Reglement van het Vlaams Parlement bepaalt de
samenstelling en de werking van de Controlecommissie
Verkiezingsuitgaven.
HOOFDSTUK II. - Controle
van de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de
geldmiddelen
Art. 4.
Onmiddellijk na ontvangst van de verslagen van de
voorzitters van de hoofdbureaus, bedoeld in artikel
94ter, §2, van het Kieswetboek, bezorgt de voorzitter
van het Vlaams Parlement een afschrift van die verslagen
aan het Rekenhof. Het Rekenhof brengt binnen dertig
dagen na ontvangst advies uit over de juistheid en
de volledigheid van de verslagen en over de totaalbedragen
van de verkiezingsuitgaven van de kandidaten en van
de partijen.
Het advies van het Rekenhof wordt als bijlage bij
het in artikel 6 bedoelde eindverslag gevoegd.
Art. 5.
De Controlecommissie Verkiezingsuitgaven onderzoekt,
met inachtneming van de rechten van de verdediging
en na kennisneming van het advies van het Rekenhof,
bedoeld in artikel 4, de verslagen van de voorzitters
van de hoofdbureaus, bedoeld in artikel 4.
De Controlecommissie Verkiezingsuitgaven vraagt alle
aanvullende inlichtingen die ze nodig acht voor de
uitoefening van haar controletaak.
Art. 6.
Uiterlijk 180 dagen na de dag van de verkiezingen
keurt de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven in
openbare vergadering een eindverslag over haar werkzaamheden
goed.
Het eindverslag vermeldt:
1° een beoordeling van de juistheid en de volledigheid
van de verslagen, bedoeld in artikel 4;
2° het totaalbedrag van de verkiezingsuitgaven
van elke politieke partij en de herkomst van de geldmiddelen
die daarvoor aangewend werden;
3° het totaalbedrag van de verkiezingsuitgaven
van elke kandidaat en de herkomst van de geldmiddelen
die daarvoor aangewend werden;
4° de in 2° en 3° bedoelde gegevens met
betrekking tot de overige verkiezingen die op de dag
van de verkiezing van het Vlaams Parlement georganiseerd
worden;
5° de bedragen die, in voorkomend geval, aangerekend
worden op de verkiezingsuitgaven van de kandidaten
en de sancties die worden opgelegd, nadat de mededelingen
zoals bedoeld in artikel 4bis van de wet van 4 juli
1989 en in artikel 12 van de wet van 19 mei 1994,
respectievelijk door de wetgevende kamers of het door
hen aangewezen orgaan, of door de gemeenschaps- of
gewestassemblees of het door hen aangewezen orgaan
werden getoetst;
6° elke overtreding bedoeld in artikel 10, §1,
van de wet van 19 mei 1994, desgevallend met inbegrip
van de beslissing om daarover klacht neer te leggen
bij de procureur des Konings;
7° elke overtreding bedoeld in artikel 2, §1,
en artikel 5, §1, van de wet van 19 mei 1994,
desgevallend met inbegrip van de sancties die de Controlecommissie
Verkiezingsuitgaven krachtens artikel 7 van dit decreet
vaststelt.
Voorafgaand aan de goedkeuring van het eindverslag,
stemt de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven afzonderlijk
over de aangelegenheden, bedoeld in het tweede lid,
6° en 7°.
De voorzitter van het Vlaams Parlement stuurt het
eindverslag van de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven
onmiddellijk naar de diensten van het Belgisch Staatsblad
die het uiterlijk 30 dagen na ontvangst in het Belgisch
Staatsblad publiceren.
HOOFDSTUK III. -
Sancties
Art. 7.
Een politieke partij verliest gedurende een periode
die de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven bepaalt
en die ten minste twee en ten hoogste acht maanden
duurt, het recht op de aanvullende partijfinanciering
die het Vlaams Parlement aan de partijen toekent,
indien ze:
1° de aangifte, bedoeld in artikel 6, eerste lid,
2°, van de wet van 19 mei 1994, niet heeft ingediend;
2° het maximumbedrag overschrijdt dat door artikel
2, §1, van de wet van 19 mei 1994 wordt toegestaan;
3° de verbodsbepalingen overtreedt, bedoeld in
artikel 5, §1, van de wet van 19 mei 1994.
Art. 8.
De voorzitter van het Vlaams Parlement bezorgt de
politieke partij ten aanzien waarvan de Controlecommissie
Verkiezingsuitgaven een sanctie heeft genomen, onmiddellijk
een exemplaar van het eindverslag van de Controlecommissie
Verkiezingsuitgaven.
HOOFDSTUK IIIbis
- Specifieke bepalingen die gelden voor de verkiezingen
van de provincieraden, de gemeenteraden en de districtsraden
in het Vlaamse Gewest
Art. 8bis
De uitgaven en de financiële verbintenissen voor
verkiezingspropaganda op gewestelijk vlak van de politieke
partijen die een gemeenschappelijk volgnummer en een
beschermd letterwoord hebben verkregen met toepassing
van artikel 10 van de Provinciekieswet of, met toepassing
van artikelen 22bis en 23 van de gemeentekieswet,
mogen in totaal niet meer dan 372.000 euro bedragen.
Voor de politieke partijen die voldoen aan de voorwaarden,
vermeld in het eerste lid, maar die minder dan vijftig
lijsten onder hun gemeenschappelijk volgnummer en
beschermd letterwoord voordragen, wordt het bedrag,
vermeld in het eerste lid, verminderd tot 340.000
euro.
De bedragen, vermeld in het eerste en tweede lid,
kunnen met ingang van 2012 door de Vlaamse Regering
geïndexeerd worden.
De politieke partijen kunnen campagne voeren met
een of meer kandidaten.
Art. 8ter
§1. Het totaal van de uitgaven en de financiële
verbintenissen voor de verkiezingspropaganda van de
lijsten mag voor de provincieraadsverkiezingen, de
gemeenteraadsverkiezingen en de districtsraadverkiezingen
per lijst niet meer bedragen dan per schijf:
1° tot 1 000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers:
2,70 euro per ingeschreven kiezer;
2° van 1 001 tot 5 000 op de kiezerslijst ingeschreven
kiezers: 1,10 euro per ingeschreven kiezer;
3° van 5 001 tot 10 000 op de kiezerslijst ingeschreven
kiezers: 0,80 euro per ingeschreven kiezer;
4° van 10 001 tot 20 000 op de kiezerslijst ingeschreven
kiezers: 1,00 euro per ingeschreven kiezer;
5° van 20 001 tot 40 000 op de kiezerslijst ingeschreven
kiezers: 1,10 euro per ingeschreven kiezer;
6° van 40 001 tot 80 000 op de kiezerslijst ingeschreven
kiezers: 1,20 euro per ingeschreven kiezer;
7° vanaf 80 001 op de kiezerslijst ingeschreven
kiezers: 0,14 euro per ingeschreven kiezer.
Die bedragen kunnen met ingang van 2012 door de Vlaamse
Regering geïndexeerd worden.
§2. Het totaal van de uitgaven en de financiële
verbintenissen voor de verkiezingspropaganda van individuele
kandidaten mag voor de provincieraadsverkiezingen,
de gemeenteraadsverkiezingen en de districtsraadverkiezingen
per kandidaat niet meer bedragen dan per schijf:
1° tot 50 000 op de kiezerslijst ingeschreven
kiezers: 0,080 euro per ingeschreven kiezer, met een
minimum van 1250 euro per kandidaat;
2° van 50 001 tot 100 000 op de kiezerslijst ingeschreven
kiezers: 0,030 euro per ingeschreven kiezer;
3° vanaf 100 001 op de kiezerslijst ingeschreven
kiezers: 0,015 euro per ingeschreven kiezer.
Die bedragen kunnen met ingang van 2012 door de Vlaamse
Regering geïndexeerd worden.
§3. Als een kandidaat op verscheidene lijsten
tegelijk kandideert, mogen de maximumbedragen, vermeld
in §2, niet samengeteld worden. Alleen het hoogste
maximumbedrag wordt in aanmerking genomen.
Onverminderd de bepalingen van het eerste lid, mag
een kandidaat die tegelijk op een provincielijst en
op een of twee andere lijsten kandideert, twee van
de maximumbedragen, vermeld in §2, waaronder
dat voor de provincieraadsverkiezingen, samentellen,
voor zover hij zich voor die laatste verkiezingen
kandidaat stelt in een district waartoe de gemeente
waar hij in het bevolkingsregister is ingeschreven,
niet behoort.
§4. Het aantal op de kiezerslijst ingeschreven
kiezers, vermeld in §1 en §2, wordt vastgesteld
overeenkomstig de bepalingen van artikel 1, §1,
3°, artikel 3, §1, en artikel 88, van de
Gemeentekieswet en de overeenkomstige bepalingen van
artikel 1, §1, 3°, en §5, en artikel
1ter, §3, van de Provinciekieswet.
Art. 8quater
Uiterlijk veertig dagen voor de verkiezingen of in
geval van buitengewone verkiezingen, uiterlijk de
dag van de oproeping van de kiezers, deelt de Vlaamse
Regering de maximumbedragen mee die werden berekend
overeenkomstig de bepaling van artikel 8ter, en die
mogen worden uitgegeven door de lijsten en de kandidaten
voor de verkiezingen van de provincieraden, de gemeenteraden
en de districtsraden.
Art. 8quinquies
§1. Voor de toepassing van dit decreet worden
als uitgaven voor verkiezingspropaganda beschouwd,
alle uitgaven en financiële verbintenissen voor
mondelinge, schriftelijke, auditieve en visuele boodschappen
die erop gericht zijn het resultaat van een politieke
partij, een lijst en hun kandidaten gunstig te beïnvloeden
en die verricht worden tijdens een periode van drie
maanden voor de verkiezingen van de provincieraden,
de gemeenteraden en de districtsraden of, in geval
van buitengewone verkiezingen, vanaf de dag van de
oproeping van de kiezers.
§2. Als uitgaven voor de verkiezingspropaganda,
vermeld in §1, worden eveneens beschouwd, de
uitgaven door derden voor politieke partijen, lijsten
of kandidaten, tenzij die politieke partijen, lijsten
of kandidaten:
1° onmiddellijk na de kennisneming van de door
de betrokken derden gevoerde campagne, hen met een
aangetekende brief ertoe aanmanen de campagne te staken;
2° een afschrift van die aangetekende brief, al
dan niet met het akkoord van de derden tot staking,
overzenden aan de voorzitter van het verkiezingshoofdbureau
die dit stuk of deze stukken voegt bij de door de
betrokken partijen, lijsten of kandidaten ingediende
aangiften van hun verkiezingsuitgaven en van de herkomst
van de geldmiddelen.
§3. Als uitgaven voor verkiezingspropaganda
worden niet beschouwd:
1° het verlenen van persoonlijke, niet-bezoldigde
diensten, alsook het gebruik van een persoonlijk voertuig;
2° de publicatie in een dagblad of tijdschrift
van redactionele artikelen, op voorwaarde dat die
publicatie op dezelfde wijze en volgens dezelfde regels
geschiedt als buiten de verkiezingsperiode, zonder
betaling, vergoeding of belofte van betaling of vergoeding.
Bovendien mag het niet gaan om een dagblad of tijdschrift
dat speciaal wordt uitgegeven ten behoeve van of met
het oog op de verkiezingen en moet de verspreiding
en de frequentie van de publicatie dezelfde zijn als
buiten de verkiezingsperiode;
3° de uitzending op radio of televisie van programma’s
met berichten of commentaren, op voorwaarde dat die
uitzendingen op dezelfde wijze en volgens dezelfde
regels geschieden als buiten de verkiezingsperiode,
zonder betaling, vergoeding of belofte van betaling
of vergoeding;
4° de uitzending of een reeks van uitzendingen
op radio of televisie van verkiezingsprogramma’s,
op voorwaarde dat vertegenwoordigers van de politieke
partijen aan die uitzendingen kunnen deelnemen;
5° de uitzending op radio of televisie van verkiezingsprogramma’s,
op voorwaarde dat het aantal en de duur ervan worden
bepaald op grond van het aantal vertegenwoordigers
van de politieke partijen in de wetgevende vergaderingen;
6° de kostprijs van periodieke manifestaties,
op voorwaarde dat:
a) ze niet uitsluitend voor verkiezingsdoeleinden
worden georganiseerd;
b) het om geregelde en telkens terugkerende manifestaties
gaat die steeds op dezelfde wijze worden georganiseerd.
De periodiciteit ervan, wordt beoordeeld hetzij aan
de hand van een referentieperiode van twee jaar voor
de periode, vermeld in §1, tijdens welke de bedoelde
manifestatie in kwestie jaarlijks eenmaal moet hebben
plaatsgehad, hetzij aan de hand van een referentieperiode
van vier jaar voor de periode, vermeld in §1,
tijdens welke de manifestatie in kwestie tweejaarlijks
ten minste eenmaal moet hebben plaatsgehad. Als de
uitgaven voor reclame en uitnodigingen in vergelijking
met het gewone verloop van een dergelijke manifestatie
evenwel uitzonderlijk blijken te zijn, moeten ze bij
wijze van uitzondering wel als verkiezingsuitgave
aangerekend worden;
7° de kostprijs van niet-periodieke manifestaties
die voor verkiezingsdoeleinden worden georganiseerd
en waarvoor een deelnameprijs wordt aangerekend, voor
zover de uitgaven worden gedekt door de inkomsten,
met uitzondering van die uit sponsoring, en het niet
om uitgaven voor reclame en uitnodigingen gaat. Als
de inkomsten de uitgaven niet dekken, moet het verschil
als een verkiezingsuitgave worden aangerekend;
8° de uitgaven die tijdens de verkiezingsperiode
worden verricht in het kader van een normale partijwerking
op nationaal of lokaal niveau, meer bepaald voor de
organisatie van congressen en partijbijeenkomsten.
Als de uitgaven voor reclame en uitnodigingen in vergelijking
met het gewone verloop van een dergelijke manifestatie
evenwel uitzonderlijk blijken te zijn, moeten ze bij
wijze van uitzondering wel als verkiezingsuitgave
worden aangerekend;
9° de uitgaven voor de aanmaak van internettoepassingen,
op voorwaarde dat die aanmaak op dezelfde wijze en
volgens dezelfde regels geschiedt als buiten de verkiezingsperiode.
§4. De Controlecommissie Verkiezingsuitgaven,
vermeld in artikel 3, past artikel 4bis van de wet
van 4 juli 1989 toe voor de uitgaven voor verkiezingspropaganda
voor de verkiezing van de provincieraden, de gemeenteraden
en de districtsraden.
§5. De uitgaven en financiële verbintenissen
voor goederen, leveringen en diensten die onder toepassing
van §1 vallen, moeten tegen de geldende marktprijzen
worden verrekend.
Art. 8sexies
§1. Tijdens de drie maanden die aan de datum
van de provincieraadsverkiezingen, de gemeenteraadsverkiezingen
en de districtsraadsverkiezingen voorafgaan of, in
geval van buitengewone verkiezingen, vanaf de dag
van de oproeping van de kiezers, mogen de politieke
partijen, de lijsten en de kandidaten, alsook derden
die propaganda voor politieke partijen, lijsten of
kandidaten willen maken:
1° geen geschenken of gadgets verkopen of verspreiden;
2° geen commerciële telefooncampagnes voeren;
3° geen reclamespots op radio, televisie en in
bioscopen uitzenden;
4° geen gebruik maken van commerciële reclameborden
of affiches;
5° geen gebruik maken van niet-commerciële
reclameborden of affiches groter dan 4 m².
§2. Voor dezelfde periode bepaalt de Vlaamse
Regering de algemene regels voor het aanbrengen van
verkiezingsaffiches en het organiseren van gemotoriseerde
optochten.
Art. 8septies
Bij het aanvragen van een gemeenschappelijk volgnummer
dienen de politieke partijen een schriftelijke verklaring
in, waarbij ze zich ertoe verbinden hun verkiezingsuitgaven
aan te geven.
Ze verbinden zich ertoe bij de aangifte van hun uitgaven
een aangifte over de herkomst van de geldmiddelen
te voegen en daarbij de identiteit van de natuurlijke
personen die giften van 125 euro en meer hebben gedaan,
te registreren.
Ze verbinden zich ertoe de gegevens, vermeld in het
eerste en tweede lid, binnen dertig dagen na de provincieraadsverkiezingen,
de gemeenteraadsverkiezingen en de districtsraadsverkiezingen
mee te delen aan de voorzitter van de rechtbank van
eerste aanleg in het rechtsgebied waarin de nationale
zetel van de partij is gevestigd.
De schriftelijke verklaring, de aangifte van de uitgaven
en de aangifte over de herkomst van de geldmiddelen
worden opgesteld op de daartoe bestemde formulieren
en worden door de aanvrager ondertekend. Die formulieren
worden door de Vlaamse Regering ter beschikking gesteld.
Art. 8octies
§1. De voorzitters van de rechtbanken van eerste
aanleg, vermeld in artikel 8septies, maken, ieder
wat hem of haar betreft, een verslag op van de uitgaven
die de politieke partijen voor verkiezingspropaganda
hebben gedaan.
§2. De verslagen moeten binnen zestig dagen
na de datum van de provincieraadsverkiezingen, de
gemeenteraadsverkiezingen en de districtsraadsverkiezingen
in vier exemplaren opgemaakt worden. Twee exemplaren
worden door de voorzitter van de rechtbank van eerste
aanleg bewaard en de twee overige exemplaren worden
bij de voorzitter van de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven
neergelegd.
Het verslag wordt gesteld op de daartoe bestemde
formulieren, die door de Vlaamse Regering ter beschikking
worden gesteld.
Een exemplaar van het verslag wordt vanaf de zestigste
dag na de provincieraadsverkiezingen, de gemeenteraadsverkiezingen
en de districtsraadsverkiezingen ter griffie van de
rechtbank van eerste aanleg gedurende vijftien dagen
ter inzage gelegd van alle kiezers die op de kiezerslijst
zijn ingeschreven en hun oproepingsbrief voor de verkiezingen
kunnen voorleggen.
De verslagen en de opmerkingen van de kandidaten
en van de kiezers die op de kiezerslijst zijn ingeschreven,
worden vervolgens door de voorzitters aan de Controlecommissie
Verkiezingsuitgaven overgezonden.
Art. 8novies
§1. Na onderzoek van de verslagen en van de opmerkingen
die overeenkomstig het artikel 8octies werden ingediend,
doet de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven op tegenspraak
en uiterlijk negentig dagen na de ontvangst van alle
verslagen, uitspraak over de juistheid en volledigheid
van elk verslag.
§2. Het eindverslag van de Controlecommissie
Verkiezingsuitgaven vermeldt:
1° per politieke partij het totaalbedrag van de
verkiezingsuitgaven ten voordele van die partij;
2° elke aan de politieke partij toerekenbare overtreding
van artikel 8bis en 8sexies.
§3. De voorzitter van het Vlaams Parlement stuurt
het eindverslag van de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven
onverwijld naar de diensten van het Belgisch Staatsblad,
die het binnen dertig dagen na ontvangst in de bijlagen
van het Belgisch Staatsblad bekendmaken.
Art. 8decies
Als de aangifte, vermeld in artikel 8septies, niet
wordt ingediend en bij overtreding van de verbodsbepalingen,
vermeld in artikel 8sexies, of bij overschrijding
van het toegestane maximumbedrag, vermeld in artikel
8bis, en indien deze feiten aan de politieke partij
toerekenbaar zijn, verbeurt de betrokken politieke
partij gedurende de daaropvolgende periode die de
Controlecommissie Verkiezingsuitgaven bepaalt en die
ten minste een en ten hoogste vier maanden duurt,
het recht op de dotatie, vastgesteld in artikel 9
van het reglement van 23 februari 2005 van het Vlaams
Parlement.
Art. 8undecies
§1. Met de straffen, vastgesteld in artikel 181
van het Kieswetboek, wordt gestraft:
1° eenieder die geen aangifte van zijn verkiezingsuitgaven
of van de herkomst van de geldmiddelen heeft gedaan
binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen;
2° eenieder die voor kiespropaganda wetens en
willens uitgaven doet of verbintenissen aangaat die
de maximumbedragen overschrijden, vastgesteld in artikel
8ter;
3° eenieder die tijdens de drie maanden die aan
de datum van de verkiezingen voorafgaan, de bepalingen
van artikel 8sexies niet naleeft;
4° de lijstaanvoerder van de provincielijst, de
gemeentelijst of districtsraadslijst die wetens en
willens uitgaven doet of verbintenissen aangaat voor
verkiezingspropaganda die de maximumbedragen overschrijden,
vastgesteld in artikel 8ter;
5° de lijstaanvoerder die niet beschikt over een
gemeenschappelijk volgnummer en een beschermd letterwoord,
en die uitgaven verricht voor verkiezingspropaganda
op gewestelijk vlak.
§2. Elke overtreding, vastgesteld in §1,
kan worden vervolgd, hetzij op initiatief van de procureur
des Konings, hetzij op grond van de klacht van een
persoon die van enig belang doet blijken.
De procureur des Konings neemt geen anonieme aangiften
in aanmerking.
§3. De termijn voor de uitoefening van het initiatiefrecht
van de procureur des Konings en voor de indiening
van klachten met betrekking tot de overtredingen,
vermeld in §1, verstrijkt honderdtwintig dagen
na de verkiezingen.
De procureur des Konings zendt de Controlecommissie
Verkiezingsuitgaven en de Raad voor Verkiezingsbetwistingen
een afschrift toe van de klachten tegen kandidaten
van de verkiezingen. De procureur des Konings zendt
tevens een afschrift aan de personen tegen wie de
klacht is ingediend. De kennisgeving geschiedt binnen
acht dagen na de indiening van de klachten.
De procureur des Konings brengt de Controlecommissie
Verkiezingsuitgaven binnen dezelfde termijn op de
hoogte van zijn beslissing om vervolging in te stellen
met betrekking tot de feiten, vermeld in §1.
§4. Eenieder die een klacht heeft ingediend
of een vordering heeft ingesteld die ongegrond blijkt
en waarvan vaststaat dat hij die heeft ingediend of
ingesteld met het oogmerk om te schaden, wordt gestraft
met een geldboete van 50 tot 500 euro.
§5. De procureur des Konings kan met het oog
op de vervolging, vastgesteld in §2, aan een
individuele kandidaat vragen alle inlichtingen te
verstrekken over de herkomst van de gelden die voor
de financiering van zijn verkiezingscampagne zijn
aangewend.
Art. 8duodecies
Alleen natuurlijke personen kunnen giften doen aan
politieke partijen en hun componenten, lijsten, kandidaten
en politieke mandatarissen. Kandidaten en politieke
mandatarissen kunnen evenwel ook giften ontvangen
van de politieke partij of de lijst waarvoor zij kandideren
of waarvoor zij een mandaat bekleden. Zo ook mogen
componenten giften ontvangen van hun politieke partij
en omgekeerd. Onverminderd de voorgaande bepalingen
zijn giften vanwege natuurlijke personen die feitelijk
optreden als tussenpersonen van rechtspersonen of
feitelijke verenigingen verboden.
De identiteit van de natuurlijke personen die giften
van 125 euro en meer, onder welke vorm ook, doen aan
politieke partijen en hun componenten, lijsten, kandidaten
en politieke mandatarissen, wordt door de begunstigden
jaarlijks geregistreerd. Politieke partijen en hun
componenten, lijsten, kandidaten en politieke mandatarissen
mogen vanwege eenzelfde natuurlijke persoon jaarlijks
elk maximaal 500 euro, of de tegenwaarde daarvan,
als gift ontvangen. De schenker mag jaarlijks in het
totaal maximaal 2.000 euro, of de tegenwaarde daarvan,
besteden aan giften ten voordele van politieke partijen
en hun componenten, lijsten, kandidaten en politieke
mandatarissen. De afdrachten van politieke mandatarissen
aan hun politieke partij worden niet als giften beschouwd.
De prestaties die rechtspersonen, natuurlijke personen
of feitelijke verenigingen kosteloos of onder de reële
prijs verlenen, worden, net als de ter beschikking
gestelde kredietlijnen die niet moeten worden terugbetaald,
met giften gelijkgesteld. Prestaties die door een
politieke partij of een kandidaat klaarblijkelijk
boven de marktprijs zijn aangerekend, worden eveneens
als giften van rechtspersonen, natuurlijke personen
of feitelijke verenigingen beschouwd.
De politieke partij die in strijd met deze bepalingen
een gift aanvaardt, verliest, ten belope van het dubbele
van het bedrag van de gift, het recht op de dotatie
die krachtens artikel 9 van het reglement van 23 februari
2005 van het Vlaams Parlement door de Controlecommissie
Verkiezingsuitgaven zou worden toegekend tijdens de
maanden die volgen op de vaststelling van de niet-naleving.
Wie in strijd met deze bepaling een gift doet aan
een politieke partij, aan een van haar componenten,
ongeacht de rechtsvorm ervan, een lijst, een kandidaat
of een politiek mandataris of wie als kandidaat of
als politiek mandataris een gift aanvaardt, wordt
gestraft met een geldboete van 26 euro tot 100.000
euro. Wie zonder kandidaat of politiek mandataris
te zijn, een dergelijke gift aanvaardt in naam of
voor rekening van een politieke partij, een lijst,
een kandidaat of een politiek mandataris, wordt met
dezelfde sanctie bestraft.
Het eerste boek van het Strafwetboek, met inbegrip
van hoofdstuk VII en artikel 85, is van toepassing
op die misdrijven.
Het vonnis kan op bevel van de rechtbank geheel of
bij uittreksel opgenomen worden in de dag- en weekbladen
die zij heeft aangeduid.
Art. 8terdecies
De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de registratie,
vermeld in artikel 8septies en 8duodecies worden opgesteld
en ingediend. De controle van de registraties van
de politieke partijen geschiedt door de Controlecommissie
Verkiezingsuitgaven.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen
Art. 9.
Het decreet van 3 maart 2004 tot regeling van de controle
van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van
het Vlaams Parlement wordt opgeheven.
Art. 10.
Dit decreet treedt in werking de dag waarop het in
het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
|