Personeelsformaties

De gemeente- of de provincieraad stelt de personeelsformatie vast.

De personeelsformatie bevat de opsomming van het aantal en de soorten betrekkingen, met uitzondering van de betrekkingen die in contractueel dienstverband ingesteld worden ter uitvoering van de werkgelegenheidsmaatregelen van de hogere overheden.
De personeelsformatie maakt in voorkomend geval een duidelijk onderscheid tussen het personeel dat in de gemeentelijke diensten tewerkgesteld is enerzijds en het kabinets- en fractiepersoneel anderzijds (zie ook artikel 103 van het gemeentedecreet).

De personeelsformatie vermeldt per graad het aantal betrekkingen. Dat aantal wordt uitgedrukt in voltijdse equivalenten.

De personeelsformatie geeft, in voorkomend geval, het onderscheid weer tussen de statutaire betrekkingen enerzijds en de contractuele betrekkingen anderzijds.
 

De contractuele betrekkingen die in de formatie worden opgenomen zijn betrekkingen om:

  • aanvullende of specifieke opdrachten te vervullen;
  • te voorzien in de personeelsbehoeften voor activiteiten die door een andere overheid gesubsidieerd worden;
  • te voorzien in de personeelsbehoeften voor activiteiten die hoofdzakelijk verricht worden in mededinging met andere marktdeelnemers;
  • te voorzien in uitvoering van taken, die een bijzondere expertise vereisen.

De contractuele betrekkingen die in de formatie worden opgenomen behelzen zowel bestendige betrekkingen als tijdelijke betrekkingen die ingesteld worden voor projecten.


Contractuele betrekkingen die niet in de formatie worden opgenomen zijn betrekkingen om:

  • aan uitzonderlijke en tijdelijke personeelsbehoeften te voldoen, voor in de tijd beperkte acties, of voor een buitengewone toename van werk;
  • personeelsleden te vervangen die hun betrekking niet of slechts deeltijds bekleden of die tijdens een zo lange periode afwezig zijn dat hun vervanging noodzakelijk is.


De personeelsformatie bevat, in voorkomend geval:

  • 1° de betrekkingen die bestemd zijn voor:
    a) het intern verzelfstandigd agentschap;
    b) de districten;
    c) de kabinetten van de burgemeester en schepenen of van de provinciegouverneur en de gedeputeerden;
    d) De fracties in de raad.
  • 2° de bezette statutaire betrekkingen die overtallig zijn of die het voorwerp zijn van een andere rangindeling binnen de personeelsformatie.

Zie art. 103 gemeentedecreet en art. 99 provinciedecreet en de artikelen 3 t.e.m. 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.(bron: Vlaamse Codex)

Voor de OCMW's geldt art. 102 van het OCMW-decreet van 19 december 2008 als basis voor de personeelsformatie. Dat artikel is op 1 juli 2009 in werking getreden. De minimale voorwaarden voor de personeelsformatie van het OCMW-personeel zullen echter nog vastgesteld worden ter uitvoering van art. 115 van het OCMW-decreet.