Intergemeentelijke samenwerking
Wat is intergemeentelijke samenwerking?
Intergemeentelijke samenwerking is de samenwerking op vrijwillige basis tussen twee of meer gemeenten. Dit met het oog op het realiseren van een gemeenschappelijke doelstelling van twee of meer gemeenten.
Welke wetgeving is van toepassing?
Voor de samenwerkingsverbanden die nu opgericht worden is het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking van toepassing.
De leden van de organen van een opdrachthoudende of dienstverlenende vereniging enkel kunnen vergoed worden binnen de perken van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2004 houdende vaststelling van de grenzen en de toekenningsvoorwaarden van het presentiegeld en de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging kunnen worden toegekend
Vormen van intergemeentelijke samenwerking
- Interlokale vereniging: samenwerkingsvorm zonder rechtspersoonlijkheid en zonder beheersoverdracht. Een overeenkomst tussen de partners, die tezelfdertijd de statuten omvat, vormt de basis. De interlokale vereniging dient vooral voor de realisatie van in omvang beperkte projecten.
- Projectvereniging: samenwerkingsvorm met rechtspersoonlijkheid met een sterk vereenvoudigde structuur. Ook hier is er geen beheersoverdracht; de statuten bepalen de werking en worden goedgekeurd door de partners. De projectvereniging is opnieuw bedoeld voor kleinschalige projecten, maar kan wel optreden als afzonderlijke rechtspersoon, met alle implicaties er aan verbonden (bvb de mogelijkheid eigen personeel te hebben).
- Dienstverlenende vereniging: samenwerkingsvorm met rechtspersoonlijkheid, zonder beheersoverdracht en met door alle partners goedgekeurde statuten. De dienstverlenende vereniging wil voornamelijk activiteiten ontwikkelen voor de aangesloten gemeenten, op domeinen waarvoor deze geen overdracht van hun beheersbevoegdheid kunnen of willen toestaan.
- Opdrachthoudende vereniging: samenwerkingsvorm met rechtspersoonlijkheid en met een beheersoverdracht die statutair vastgelegd is. Daardoor doen de gemeenten afstand van het recht om zelfstandig de opdrachten uit te voeren waarvan de realisatie op grond van hun eigen beslissing toevertrouwd is aan het samenwerkingsverband.
(Gewest)grensoverschrijdende samenwerking
Verenigingen en gemeenten kunnen deelnemen in rechtspersonen van publiekrecht met grensoverschrijdende werking. Dit kan zowel voor gebieden aan de Nederlandse als aan de Franse grens. De juridische basis uit het decreet van 6 juli 2001 moet dan wel ondersteund worden door de Conventie van Madrid en de aanvullende protocollen.
Voor de verenigingen die gewestgrenzen overschrijden blijven de bepalingen van de wet van 22 december 1986 van toepassing.
Toezicht
Op de interlokale verenigingen en de projectverenigingen is geen apart administratief toezicht voorzien. Het toezicht verloopt hier indirect via het algemeen administratief toezicht op de beslissingen van de gemeenten in verband met die verenigingen.
Voor de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen is wel een apart administratief toezicht voorzien. Naast de oprichting zijn ook de statutenwijzigingen aan bijzonder administratief
toezicht onderworpen, meer concreet aan de goedkeuring van de Vlaamse regering (met delegatie aan de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden).
Daarnaast zijn alle andere beslissingen van die verenigingen onderworpen aan het algemeen administratief toezicht, met een mogelijkheid van schorsing door de regeringscommissaris, en een mogelijkheid van vernietiging door de Vlaamse Regering. Dat betekent dat alle beslissingen moeten voorgelegd worden aan de diensten van de regeringscommissaris.