Begraafplaatsen en Lijkbezorging
Ingevolge de Lambermontakkoorden is de Vlaamse overheid vanaf 1 januari 2002 bevoegd voor de materie van de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
De huidige wetgeving regelt o.a. de oprichting van een begraafplaats, de sluiting ervan, voorziet in het toekennen van concessies, modaliteiten van begraving, verlenen van het verlof tot crematie, oprichten van grafzerken. In uitvoeringsbesluiten worden voorwaarden bepaald voor een doodskist, oprichting en beheer van een crematorium, crematie… Gemeentelijke reglementen regelen deze aangelegenheden nader.
Sedert januari 2004 is er een nieuw decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging dat de federale wetgeving moet vervangen.
In bijlage vindt u modellen die de gemeenten kunnen gebruiken. Dit betekent dat de gemeenten niet verplicht zijn ze over te nemen. Zij kunnen gerust andere modellen, die uiteraard niet strijdig mogen zijn met de geldende Vlaamse regelgeving ter zake, aannemen.
De gemeenten kunnen ook beslissen om gedeeltelijk de modellen over te nemen of de bepalingen ervan aan te passen, mits naleving van de geldende Vlaamse regelgeving. Zo bepaalt artikel 20 van het model van huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen dat als een columbariumconcessie om welke reden ook een einde neemt, de as kan worden uitgestrooid op de daartoe bestemde plaats van de begraafplaats. De gemeente kan in haar huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen opnemen dat die as op de begraafplaats kan worden begraven. Artikel 18, derde lid, van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, stelt immers dat onverminderd de naleving van de laatste wilsbeschikking inzake de wijze van lijkbezorging overeenkomstig artikel 15, de gemeenteraad of het bevoegde orgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband beslist welke bestemming gegeven moet worden aan resten die aangetroffen worden binnen de omheining van de begraafplaats.